Scheiding

–                      Kinderen

                      Alimentatie

                     Eigen- huurwoning

–                     financieel /  Pensioenen

–                     overige(n)

 

Bij ongeveer de helft van de 35.000 scheidingen die per jaar in Nederland plaatsvinden, zijn kinderen betrokken. In totaal gaat het om zo’n 33.000 – overwegend jonge – kinderen.

In deze gevallen is de echtscheidingsprocedure extra gecompliceerd. Enerzijds moet worden overlegd over een omgangsregeling, maar ook over alimentatie als een van beide partners onvoldoende inkomen heeft om voor de kinderen te zorgen.

Ouderlijk gezag Na de scheiding behouden beide ouders het ouderlijk gezag, ook al blijven de kinderen feitelijk bij een van de partners. Beiden hebben zeggenschap over zaken als gezondheid en onderwijs. Als ouders het over bepaalde afspraken niet eens worden dan zal de rechter er aan te pas moeten komen.

Omgang Hetzelfde geldt voor de omgangsregels. De vertrekkende partner heeft recht op het bezoeken van de kinderen. De rechter zal de Raad van Kinderbescherming inschakelen. Deze raad zal in eerste instantie optreden als bemiddelaar. De ouders moeten zelf voor een oplossing zorgen. Als dit niet lukt, zal de raad de rechter over een omgangsregeling adviseren.

Het kan ook zijn dat ouders besluiten de opvoeding volledig samen te blijven doen, je spreekt dan van co-ouderschap. Hierbij zullen de kinderen ook een structureel deel van de tijd bij de andere ouder verblijven en dragen beide ouders de verantwoordelijkheid voor zorg en opvoeding.

Alimentatie (kinder) Als een van beide ouders voor de kinderen zorgt en onvoldoende inkomen heeft, moet de ex-partner afhankelijk van het inkomen alimentatie betalen. De hoogte van de alimentatie wordt door de rechter bepaald. Die overweegt wat een redelijk bedrag is gezien de inkomens van beide ouders, het vermogen, de kosten van de woning en andere kosten voor levensonderhoud. Ook het inkomen dat de kinderen al hebben, is van belang. Het gaat dan om zaken als studiefinanciering of andere uitkeringen, of inkomen uit een deeltijd- of voltijdbaan.

Totdat de kinderen 18 jaar zijn wordt het geld gestort op de rekening van de verzorgende ouder. Als het kind 18 is, wordt het bedrag op zijn of haar eigen rekening overgemaakt tot de 21e verjaardag. Dan stopt de alimentatieplicht. Na de 18e vervalt de alimentatieplicht en spreekt men van voortgezette onderhoudsplicht.

Alimentatie (partner)

 Als U en uw partner uit elkaar gaan, moet u soms partneralimentatie voor elkaar betalen.

Ons rechtssysteem kent zo twee soorten alimentatie: partneralimentatie en kinderalimentatie. De exen kunnen onderling zelf afspreken óf er partneralimentatie betaald moet worden en hoeveel. Komen ze er samen niet uit, dan doet de rechter uitspraak. Die bepaalt de hoogte van de alimentatie aan de hand van de zogeheten Trema-normen. Daarbij kijkt de rechter naar de draagkracht van degene die alimentatie moet betalen en naar de behoeften van degene die de alimentatie ontvangt. Er wordt ook rekening gehouden met het eigen inkomen van de ontvanger en de mate van welstand die hij of zij tijdens het huwelijk gewend was.

Als er te weinig geld is om alimentatie voor de kinderen en de ex-partner te betalen, krijgt de kinderalimentatie voorrang.

Nieuwe situatie De alimentatie staat niet voor altijd vast. Elk jaar november bepaalt de minister van Justitie met welk percentage de alimentatieregelingen vanaf de daaropvolgende januari worden aangepast aan de gestegen kosten van levensonderhoud.

Als er in de inkomenssituatie van een van beide ex-partners iets verandert, kan dat tot een wijziging of beëindiging van de alimentatieplicht leiden. Ook het vinden van een nieuwe partner met wie een huwelijk of geregistreerd partnerschap wordt aangegaan, is aanleiding om de alimentatie te stoppen.

Andersom kan iemand die op het moment van de scheiding voldoende inkomsten heeft, maar later niet meer, zich alsnog beroepen op de alimentatieplicht en bij de ex-partner aankloppen.

De alimentatieplicht voor de ex-partner duurt maximaal twaalf jaar, mits er geen verandering is in de inkomenssituatie. Als het huwelijk korter heeft geduurd dan vijf en er geen kinderen zijn, duurt de alimentatieplicht net zo lang als het huwelijk heeft geduurd.

Voor alimentatieregelingen die voor 1 juli 1994 zijn vastgesteld, gelden afwijkende regels. Dan geldt de termijn die in die overeenkomst is vastgesteld.

Vastleggen Alle afspraken omtrent alimentatie, de regeling zelf, de wijzigingen of het stopzetten ervan moeten schriftelijk worden vastgelegd, door beide partners worden ondertekend en door een advocaat. In het door ons aangeboden echtscheidingstraject wordt dit alles door ons verzorgd in samen werking met een bekend advocatenkantoor. U betaald hiervoor niets extra´s. 

 Innen.  Dit is soms een lastig proces Nederland kent een speciaal bureau voor ouders waar ze een beroep op kunnen doen als er sprake is van wanbetalingen: het LBIO (Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen). Het LBIO kan alleen bemiddelen als er sprake is van een betalingsachterstand en als de alimentatieregeling via een rechter is geregeld.

Als de kinderen nog recht hebben op kinderbijslag en de opvoeding wordt voortgezet via een co-ouderschap, dan wordt de kinderbijslag door de helft gedeeld. Wellicht komt de ouder door de inkomensterugval nu wel in aanmerking voor kinderkorting terwijl dat eerder misschien niet het geval was. Het inkomen moet lager zijn dan 56.191 euro. Als het inkomen lager is dan 28.000 euro dan kan aanspraak worden gemaakt op een aanvullende korting. Daarnaast bestaat nog de combinatiekorting en kan een alleenstaande ouder met kinderen jonger dan 27 jaar aanspraak maken op alleenstaande-ouder -korting.

Nieuwe partner Niet alleen de leeftijd van de kinderen kan de alimentatieregeling beëindigen. Ook als er in de inkomenssituatie iets verandert, kan dat tot een wijziging of beëindiging van de alimentatieplicht leiden, bijvoorbeeld als de partner die alimentatie ontvangt, gaat werken. Als je bijvoorbeeld met een nieuwe partner gaat trouwen of samenwonen, kun je de kosten voor levensonderhoud delen, zo is de redenering. En dat betekent dat de draagkracht om alimentatie te betalen omhoog gaat en moet je meer betalen. Dat geldt ook als je een forse loonsverhoging krijgt.

Andersom kan iemand die op het moment van de scheiding voldoende inkomsten heeft, maar later niet meer zich alsnog beroepen op de alimentatieplicht en bij de ex-partner aankloppen.

Overigens blijkt uit statistieken dat meer dan de helft van de mensen die scheiden binnen zes jaar opnieuw een partner vindt. Bij de mannen ligt dat percentage zelfs op 75%. Al is niet gezegd dat er ook een nieuw huwelijk wordt aangegaan, vaak blijft het dan bij samenwonen.

Eigen- huurwoning

Uit onderzoek van het NIDI over Scheiden in Nederland blijkt dat in drie procent van de echtscheidingen het huis wordt verkocht omdat beiden het huis verlaten. In verreweg de meeste gevallen blijft het huis in bezit van beide of een van beide partners.

Zoals te verwachten is, zal in de meeste gevallen de man het huis verlaten omdat de kinderen bij de vrouw blijven, al liggen de percentages niet ver uit elkaar. Mannen vertrekken in 53 procent van de gevallen, vrouwen in 44 procent. Deze gegevens hebben uitsluitend betrekking op de situatie direct na de scheiding. Het kan zijn dat een substantieel deel van de mensen die in eerste instantie in de echtelijke woning bleven wonen, vrij kort na de scheiding alsnog verhuisde. Als er geen kinderen in het spel zijn, blijft iets vaker de man in het huis achter omdat zijn financiële draagkracht meestal groter is.

Uitkopen Als eenmaal besloten is wie in het huis achterblijft – al dan niet met kinderen – volgt het financiële verhaal. Wie in gemeenschap van goederen is getrouwd, is allebei eigenaar van het huis. Degene die het huis uitgaat, moet dan worden uitgekocht, de blijvende partner neemt de hele hypotheekschuld op zich, mits hij of zij dat kan dragen met het eigen inkomen. Daarbij komt dat de eventuele overwaarde door tweeën moet worden gedeeld. De zittende partner moet dan de helft van overwaarde aan de vertrekkende partner uitbetalen. Als het geld daarvoor ontbreekt, dan moet dit bij het hypotheekbedrag worden opgeteld. De hypotheekakte moet worden herzien door de notaris, waar uiteraard weer aardig wat kosten aan zijn verbonden.

Aftrek Het kan ook zijn dat de vertrekkende partner de hele hypotheek op zich neemt. In dat geval kan de vertrekkende partner nog twee jaar gebruik maken van de hypotheekrenteaftrek ook al is het huis niet meer zijn of haar hoofdverblijf. Hiervoor hoeft geen overdrachtsbelasting worden betaald. Dit laatste geldt ook voor partners die buiten gemeenschap van goederen zijn getrouwd en bij wie het huis op de naam van de vertrekkende partner staat.

Bijleenregeling Als de partners op huwelijkse voorwaarden zijn getrouwd, dan hangt het van de voorwaarden af wie de hypotheekschuld op zich neemt. In de meeste gevallen zullen in de voorwaarden afspraken zijn gemaakt over het huis. Overigens geldt in alle gevallen dat de Belastingdienst er van uit gaat dat je de vrijgekomen overwaarde weer in je (nieuwe) huis investeert. Je krijgt namelijk te maken met de zogeheten bijleenregeling die 1 januari 2004 is ingevoerd.

Andere woning Als geen van beide partners voldoende inkomen heeft om de totale hypotheek te betalen, moet het huis worden verkocht en moeten beide partners op zoek naar een nieuwe woonruimte. Meestal is huren de beste voorlopige oplossing omdat je pas een nieuw huis kunt kopen als alle beslommeringen rondom de verkoop van de echtelijke woning voorbij zijn.

Huizenprijzen Voor jonge stellen die anno 2005 besluiten uit elkaar te gaan en net een huis hebben gekocht, kan de scheiding extra negatief uitpakken. Als namelijk blijkt dat het huis verkocht moet worden omdat geen van beide de hypotheekschuld op zich kan nemen dan is het nog maar de vraag of het huis al iets heeft opgebracht. Als er haast is bij de verkoop dan kan verkoop zelfs leiden tot verlies. De huizenprijzen zijn zodanig hoog dat de prijzen nog maar nauwelijks stijgen en soms zelfs dalen. Je hebt dus nauwelijks een overwaarde opgebouwd.

Als het huis kan worden verkocht voor dezelfde prijs waarvoor je het destijds gekocht hebt, dan zijn er nog kosten voor overdrachtsbelasting, de makelaar en vaak wordt je zelfs nog een boete opgelegd omdat je een financiële overeenkomst voortijdig hebt verbroken. Je kunt zeker rekenen op zo’n 10.000 euro aan kosten rondom de verkoop van je huis als je het huis voor dezelfde prijs verkoopt.

Huurwoning

Als er kinderen zijn dan zal degene die de meeste zorg voor de kinderen heeft, volgens de rechter de meeste aanspraak maken op de woning. Maken beide partners evenveel kans op de woning, dan zal een advocaat of bemiddelaar moeten beslissen wie de meeste rechten heeft op de woning.

De vertrekkende partner kan zich, als hij of zij dat nog niet gedaan heeft, inschrijven voor een sociale woning (als deze partner een laag inkomen heeft). Je komt dan als starter op de woningmarkt, ongeacht hoeveel jaar je met je ex-partner in een huurhuis hebt doorgebracht.

Voorrang Er zijn geen voorrangsregels van toepassing tenzij er sprake is van uitzonderlijke gevallen. Gemeente Amsterdam:  “Alleen voor de vertrekkende partner die de kinderen toegewezen heeft gekregen en via de rechter de woning heeft opgeëist maar niet gekregen, maken we een uitzondering. Als de woning niet is opgeëist vanwege geweld of agressie in het huishouden kan dat ook reden zijn om de partner (meestal de vrouw) voorrang op de woningmarkt te verlenen.” Deze regels gelden min of meer voor alle gemeenten. In sommige Gemeenten wordt ook een uitzondering gemaakt voor alleenstaanden die ouder zijn dan 45 jaar en al heel lang in zo´n Gemeente wonen. Van al deze uitzonderingsgevallen is de laatste groep veruit het grootst.

Pensioen

Sinds 1 mei 1995 is daar een speciale wet voor gekomen: de Wet Verevening Pensioen (VPS). Dit houdt in dat bij echtscheidingen het opgebouwde pensioen wordt verdeeld tussen de ex-partners.

Ook het pensioen, dat tijdens het huwelijk is opgebouwd, kan bij scheiding worden verdeeld. Het pensioen valt niet onder de voorwaarden als onder gemeenschap van goederen is getrouwd. Het is niet vanzelfsprekend dat een deel van het pensioen wordt uitgekeerd aan de partner die geen pensioen heeft opgebouwd. De partner heeft twee jaar de tijd om aanspraak te maken op de pensioenrechten van de ex-partner. Sinds 1 mei 1995 is daar een speciale wet voor gekomen: de Wet Verevening Pensioen (VPS). Scheidingen die voor 1 mei 1995 hebben plaatsgevonden vallen niet meer onder de wet VPS, daar is een andere regeling voor.

Sinds 1998 geldt de wet VPS ook voor het geregistreerd partnerschap maar niet voor ongehuwd samenwonenden. Deze laatste groep kunnen weer wel aanspraak maken op een eventueel partnerpensioen.

Geen geld, wel recht De partners kunnen maximaal twee jaar na de officiële scheiding nog aanspraak maken op elkaars pensioenrechten, hiervoor kan bij de pensioenverzekeraar een speciaal formulier worden aangevraagd. Overigens is het niet zo dat de ex-partner na verevening geldt ontvangt, alleen het recht wordt verevend.

Overlijden De ex-partner ontvangt pas geld op het moment dat de verzekerde het pensioen laat uitkeren. Als de vereveningsgerechtigde dan overleden is, komt dat deel weer terug in handen van de verzekerde ex-partner. Als deze ex-partner voor de pensioengerechtigde overlijdt, komt het volledige pensioen dat gedurende de huwelijksperiode is opgebouwd in handen van de vereveningsgerechtigde.

De Wet VPS heeft betrekking op alle vormen van ouderdomspensioen. Meestal is dat het pensioen van een werkgever in combinatie met al dan niet aanvullend pensioen dat vrijwillig wordt opgebouwd. De wet geldt niet voor pensioenvormen die in de periode voor het huwelijk zijn opgebouwd zoals bijvoorbeeld de lijfrentepolis. Deze valt onder de inboedelverdeling, als er tenminste niet onder gemeenschap van goederen is getrouwd. Ook voorzieningen als de VUT, de AOW en de AnW vallen niet onder deze wet. De wet VPS kan nadelig uitvallen voor degenen die een pensioen hebben opgebouwd via een werkgever terwijl de partner een andere vorm van pensioenvoorziening heeft.

Het kan voorkomen dat de ene partner pensioen heeft opgebouwd via de werkgever en de ander via een lijfrentevoorziening omdat die laatste ex bijvoorbeeld een eigen bedrijf heeft. De partner met een regulier pensioen moet op basis van de Wet VPS het pensioen verdelen terwijl de lijfrente onaangetast kan blijven (afhankelijk van de voorwaarden waaronder is getrouwd.)

Berekening Het berekenen van het vereveningsdeel van het pensioen is lastig. Stel: je bent voor 1 mei 1995 getrouwd en gaat nu scheiden. Welk deel van het pensioen wordt dan verevend. Immers, de wet VPS telt pas vanaf 1995. In principe geldt de verevening voor de hele huwelijksperiode dus ook als je voor 1 mei 1995 in het huwelijksbootje bent gestapt. Echter, de berekening ervan kan ingewikkeld zijn omdat niet alle gegevens die nodig zijn voor de berekening ook makkelijk te achterhalen zijn. Zo moet je gegevens hebben over:

de datum van aanvang van deelname pensioenregeling   het toenmalige salaris

de hoogte van het opgebouwde pensioen op moment van huwelijk en op het moment van echtscheiding.

Als het uiteindelijke vereveningsdeel onder de 351 euro ligt dan krijgt de vereveningsgerechtigde niets omdat de administratiekosten dan boven het uiteindelijk uit te keren bedrag liggen. Als de ex-partner naar het buitenland vertrekt, is de ondergrens het dubbele bedrag.

Tweede huwelijk Als de partner met de pensioenverzekering opnieuw trouwt, dan heeft bij een eventuele scheiding de tweede partner recht op het deel van het ouderdomspensioen dat tijdens het tweede huwelijk is opgebouwd. Dat is vrij eenvoudig. Maar wat gebeurt er met het nabestaandenpensioen? Tegenwoordig heeft bijna niemand meer een nabestaandenpensioen opgebouwd maar een nabestaandenpensioen op risicobasis. Dat wil zegen dat als de partner overlijdt een deel van de pensioenrechten naar de partner gaan. Een nabestaandenpensioen op risicobasis heeft alleen waarde als de partner voor de pensioengerechtigde leeftijd overlijdt. Dit kan dus voordelig uitpakken voor de partner in het tweede huwelijk.